Historie

Petroleumhandel Kreuze

De tijd dat de petroleumventer deel uitmaakte van het straatbeeld ligt alweer enkele tientallen jaren achter ons. Veel van onze lezers zullen zich de petroleumboer nog herinneren met zijn paard en wagen en later in sommige gevallen met de bestelauto. Veel van deze bedrijfjes zijn vaak erg klein begonnen. Zo ook petroleumventer Kreuze.

 

Klaas Kreuze werd geboren in 1881. Om aan de kost te komen werd hij los arbeider. Dat betekende dat hij nu eens hier werkte en dan weer ergens anders en dus geen vaste inkomsten had. Vaak was het dan ook armoede, vooral in de winter als er weinig werk was. Hij woonde in Berghuizen achter het “trekgat”. Later nog op Weerwille en daarna verhuisde hij naar de Ruinerweg (nu Ruinerweg 44). Dat was een heel klein boerderijtje met veel heideveld. Dat heeft hij zelf geleidelijk aan ontgonnen. Veelal ging dat met de schop. Klaas Kreuze had een groot gezin. Het telde 7 kinderen toen zijn vrouw Hendrikje Waninge op jonge leeftijd in 1918 overleed aan Spaanse griep. Dat was een heel moeilijke tijd Hij is later weer getrouwd met Aafje van Dalen. Het echtpaar kreeg er nog een zoon en een dochter bij.

Op zoek naar meer inkomsten

Ook Klaas Kreuze zocht evenals zoveel mensen in die periode naar meer inkomsten. In 1920 begon hij geleidelijk met de verkoop van petroleum. In het begin liep dat erg moeilijk. Hij ventte de petroleum uit op de fiets tot in Ruinen en Broekhuizen. Zo kon het gebeuren dat hij ’s avonds nog op de fiets naar Broekhuizen moest om daar een klant nog een blik met 4 liter petroleum te bezorgen. Later ventte Klaas met de handkar en in de winter met de hondenslee. Weer later kwam er een tweewielige wagen met een paard ervoor.

 

De petroleum werd aangeleverd met een tankauto van APC. Dat was de Amerikaanse Petroleum Compagnie.
De klantenkring breidde zich geleidelijk uit en Klaas ging twee dagen per week met paard en wagen erop uit en twee dagen op de fiets om de petroleum aan de man, of liever gezegd aan de vrouw te brengen. Want de meeste petroleum werd gebruikt in de huishouding, o.a. voor olielampen, voor de petroleumstellen om op te koken, voor het aanmaken van de kachel en voor de verlichting in de stal.

 

Klanten ruil
Zoals vermeld ventte Klaas tot in Ruinen, terwijl de Ruiner petroleumboer Morsink richting Koekange trok. Dat leek hun beiden niet zo voordelig en zo overlegden ze samen dat Kreuze niet meer in Ruinen zou venten en Morsink zou zijn klanten op de Ruinerweide aan Klaas Kreuze overdoen. Aldus geschiedde.

 

Omzet
Vlak voor de oorlog was de omzet per week ongeveer 400 liter. De prijs was toen 5,5 cent per liter en de winst daarop was 1,75 cent. Dus was het inkomen uit de petroleumhandel ongeveer 7 gulden per week. Dat lijkt niet veel, maar voor die tijd was dat een mooie verdienste.
In de oorlog werd er vanaf 1942 niet meer gevent. Wel bleef de huisverkoop toen doorgaan.

Overdracht
Na de oorlog in 1946 vond Klaas Kreuze dat hij genoeg petroleum had verkocht en deed hij zijn bedrijfje over aan zijn zoon Arend.
Arend was geboren in 1911 in Berghuizen en zat daar ook op school. Arend is in 1938 getrouwd met Jantina Raben. Ze woonden in een klein boerderijtje, wat nu Ruinerweg 59 is. Naast zijn eigen bedrijfje ging Arend ook als los werkman aan de slag en ’s winters kapte hij vaak hout, wat dan weer werd verkocht als brandhout of als afrasteringspalen. Arend Kreuze zijn gezin bestond uit drie dochters en twee zonen.
De overname door zoon Arend van vader Klaas bestond uit 4 vaten a 200 liter petroleum, die per slee werden opgehaald. De petroleum was in die tijd nog op de bon. Het gebeurde soms dat een klant onvoldoende bonnen had. Als Arend dan op de een of andere manier bonnen over had, dan kon hij die klant daarmee helpen.

De olie werd inmiddels betrokken van Van Kesteren uit Meppel. Die was vertegenwoordiger voor Esso, en werkte onder de handelsnaam “De Automaat”. Veel van onze lezers zullen zich waarschijnlijk de kleine boekjes nog herinneren die door Kreuze werden uitgedeeld. Hele kleine boekjes met een verhaaltje over het oliemannetje. De slotzin in die boekjes luidde steevast: “Hoe het verder Pijpje Drop vergaat staat in de volgende Automaat”. Ik weet nog dat wij als kind erg naar deze boekjes uitkeken.

Groei
Geleidelijk groeide de omzet van petroleum. Arend Kreuze begon met een omzet van plm. 600 liter per week. Toen hij stopte in 1961 was dat mede door de opkomst van de oliekachels opgelopen tot 1500 liter per week. De prijs was vlak na de oorlog 8 cent per liter en later al 21 cent per liter. De klantenkring strekte zich uit vanaf Koekange en Koekangerveld tot Wold Aa, Broekhuizen, Schoonvelde en Echten. Het transport werd steeds beter. De eerste wagen had nog houten wielen, daarna kwam er een met luchtbanden. Daar konden 2 vaten a 200 liter, plus nog 6 jerrycans a 20 liter op. Naast het venten bleef ook de verkoop aan huis bestaan.

Vroeg op
De ventersdag begon meestal vroeg. Soms vertrok Kreuze al om 7 uur naar zijn eerste klanten. Dan had hij zijn boerenbedrijfje al afgewerkt. Zoon Jan die toen nog op de lagere school zat, had dan al flink meegeholpen, door de vaten op de wagen vol te pompen met de handpomp. Hij hielp dan ’s morgens voor schooltijd en ook op de zaterdagen al met venten. Velen zullen zich nog de welbekende vraag herinneren van:” Mut d’r nog petroleum wez’n” Ook in die tijd was het ook voor petroleumboer Arend moeilijk om de centen binnen te krijgen, omdat veel mensen simpelweg niets hadden.

Concurrentie
Arend Kreuze had niet het alleenrecht voor de verkoop van petroleum. In hetzelfde gebied waren o.a. ook de volgende venters actief: Ems in Broekhuizen, Klomp in De Wijk en Rollen op Ruinerwold. Aan huisverkoop deden o.a. Kuiper op Koekange, Bakker in Berghuizen, Weekholt op Weerwille, Oosterhuis op de Egge en Van Zegeren op de Oshaar.
Sommige klanten dachten dat er kwaliteitsverschil in de petroleum zat. De ene week kochten ze van Arend Kreuze en de andere keer van een ander. Maar ook de andere venters betrokken allemaal van dezelfde leverancier. Dus alles kwam uit dezelfde tankauto.
Ook gebeurde het dat de klanten controleerden of ze wel voldoende olie gekregen hadden. Ze staken dan de vinger door de vulopening om te zien hoever de vinger nat werd. Op die manier controleerden ze dan ook bij een andere leverancier. Waar ze de vinger het verst nat kregen, daar kochten ze hun petroleum.

Einde bedrijf
Arend Kreuze heeft de petroleumverkoop volgehouden tot 1961. Zoon Jan heeft hem daarbij altijd zo veel mogelijk geholpen. Toen deze echter een vaste baan kreeg, lukte dat niet meer. Arend kon het echter ook niet alleen af, temeer omdat zijn boerderij ook steeds groter werd. De oliehandel werd toen overgedaan aan Jonker in Meppel. Die ventte alle dagen en heeft van meerdere kleine petroleumboeren de handel overgenomen. Door de komst van het aardgas werd de verkoop van petroleum steeds minder, waardoor ook Jonker in 1977 moest stoppen.

Nog steeds oliehandel Kreuze
Toen Arend Kreuze in 1961 stopte met de oliehandel zal hij niet gedacht hebben dat één van zijn zonen toch nog weer in de oliehandel zou komen. Zoon Klaas was in 1961 bij oliehandel Veka (Van Kesteren) in dienst gekomen als administratief medewerker. Toen zijn werkgever in 1970 een deel van de activiteiten wilde afstoten, met name levering van petroleum aan particulieren, heeft Klaas deze handel van hem overgenomen en hij bezit nu een bloeiend bedrijf in olieproducten aan de Steenakkers in Steenwijk. Zo zit er toch nog weer een Klaas Kreuze in de oliehandel.

Bron: ’t Olde Karspel – Vijfde jaargang – nummer 4 – door Aaltienus Buiter met medewerking van Jan Kreuze.